Op 1 juli van dit jaar beroofde de man zijn dochter, na een ruzie over geld, enkele uren tegen haar wil van haar vrijheid in hun woning in Zutphen. De man pakte haar telefoon en sleutels af, barricadeerde de voordeur en weigerde meerdere keren om de deur open te doen voor de politie. De man dreigde daarnaast om met een tang haar vingers af te knippen als zij het geld niet betaalde of niet met de bank belde voor een lening. Pas na een aantal uur kon zijn dochter via het balkon worden bevrijd uit de woning.
Ondersteunde verklaringen
De man ontkende de delicten op de zitting. De rechtbank oordeelt dat de verklaring van het slachtoffer wordt ondersteund door de verklaring van haar zus, een getuige die in de woning aanwezig was en de bevindingen van de politie. De verklaring van de man - dat de ruzie niet ging over geld maar over haar vriend en dat het slachtoffer op ieder moment het huis kon verlaten - schuift de rechtbank daarom terzijde.
Beangstigende en bedreigende situatie
De man maakte zich schuldig aan ernstige delicten. De dochter had zich in haar eigen huis en bij haar vader veilig moeten kunnen voelen. In plaats daarvan creëerde de man een beangstigende en bedreigende situatie voor haar. Dit geldt ook voor zijn andere dochter, die een groot deel van situatie meekreeg en de politie heeft gebeld omdat zij vreesde voor de veiligheid van haar zus. De man maakte een grove inbreuk op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn dochter.
Bijzondere voorwaarden
Kijkend naar de ernst van de bewezenverklaarde feiten oordeelt de rechtbank dat een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. De rechtbank ziet echter reden om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. De man is volgens de overlegde stukken ernstig ziek en zal daarvoor – naar het zich laat aanzien - langdurig en intensief moeten worden behandeld. De rechtbank ziet daarin aanleiding om geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de man op te leggen dan hij al in voorarrest heeft gezeten. Een eventuele taakstraf wordt – kijkend naar zijn situatie – als onuitvoerbaar ingeschat. De rechtbank zal ook gedwongen hulpverlening opleggen door aan het voorwaardelijk deel van de straf de bijzondere voorwaarden te verbinden zoals de reclassering adviseerde. Verder moet de man onder andere meewerken aan drugs- en alcoholcontroles en verblijven in een stelling voor begeleid wonen.

18.8 ℃










































